Waar ben je naar op zoek?

AFS-directeur Caroline Steyaert over de zoektocht naar vrijwilligers: "Een keurslijf van 65 jaar traditie past Generatie Z niet."

zaterdag 15 jun. 2019
Simon J. Bellens
Caroline Steyaert Anneleenvan Kuyck - bijgesneden
© Anneleenvan Kuyck

Een verjongingskuur klinkt veel gezelschappen als muziek in de oren, maar even vaak klinkt het als onheilspellend gedrum. Willen jongelingen zich nog wel langdurig vrijwillig engageren? Wij gingen te rade bij Caroline Steyaert, algemeen directeur van AFS Vlaanderen, dat vandaag op meer dan 750 vaste vrijwilligers kan rekenen.

“Ze willen het niet, we vinden hen niet.” Amateurgezelschappen ondervinden vaak moeilijkheden om voortzetting op lange termijn te verzekeren. Jongeren zouden zich moeilijker identificeren met één vereniging en zich ook niet meer langdurig engageren. “Dat is nu eenmaal een nieuwe realiteit”, zegt Caroline Steyaert, die bij AFS Interculturele Programma’s naar creatieve oplossingen zoekt om jonge vrijwilligers te binden. “Die moeten we aanvaarden.”

Dat is een harde noot om te kraken.

“Jongeren willen wel een vrijwilligersrol opnemen, maar vaak niet zoals het oude bestuur dat voor ogen heeft. Het is waar: jongeren willen iets doen dat hén interesseert, op een moment dat hén uitkomt, ze willen direct impact en ze willen ervoor gewaardeerd worden. Ze willen ook eigenaar zijn van wat ze doen. Vaak bekijkt het oude bestuur dat erg negatief. ‘Het kan toch niet dat we niet altijd op jou kunnen rekenen?’ Maar Generatie Z (vanaf grofweg 2000, red.) is veel geëngageerder dan de millennials (geboren tussen 1980-2000, red.). Het zijn ondernemers en creatievelingen, ze staan weer op de barricades zoals in mei ’68.”

Ook AFS moest die les stapsgewijs leren. Toen haar afdelingen wereldwijd merkten dat het moeilijker werd om vrijwilligers aan te trekken, nodigde AFS op het Wereldcongres in 2013 een doctorandus uit om over de moderne vrijwilliger te spreken. Zijn workshops en inzichten werden door de lokale kantoren overgenomen, ook door AFS Vlaanderen. “Jongeren worden steeds assertiever en leren kritisch denken. Een keurslijf van 65 jaar traditie past hen vaak niet, zo wring je het enthousiasme de nek om. Vandaag worden Scouts en Chiro weer populair omdat niemand hen vertelt hoe ze het al vijftig jaar doen en hoe het moet. Ze beslissen zelf.”

Je hebt een heel duidelijke missie nodig, maar de weg daarheen is pragmatisch.
Caroline Steyaert
Caroline Steyaert Anneleenvan Kuyck 3

Het probleem is dus niet de jeugd, maar het oude bestuur?

“Ik wil niets slechts zeggen over het engagement van de oude garde, vaak ingegeven door een oprechte betrokkenheid. Alleen denken ze soms: ‘Hoe wij het deden, was het beter.’ Als jongeren het anders willen doen, zijn ze gemakkelijk sceptisch. Ze zien vaak niet dat jongeren andere dingen nodig hebben.”

“Daarom moet je tot goede compromissen komen waarbij iedereen zijn rol heeft. Niet: ‘Wij zeggen hoe het moet en jullie moeten het uitvoeren.’ Welk engagement willen jongeren zélf opnemen? Misschien is een student op vakantie in september en begint hij te blokken in december, maar wil hij in oktober en november wel de bar openhouden. Dan moet je die verantwoordelijkheid durven te geven. Oudere leden zijn geneigd te zeggen: ‘Dat gaat niet voor twee maanden.’ Maar misschien voelt een jongere zich op die manier betrokken en heeft hij volgend jaar meer tijd. Ga niet uit van je eigen verwachtingen.”

“Vaak verwachten we volledige inzet, alsof je alleen maar een echte bent als je altijd meedoet, maar van een jong koppel met een kind, een carrière en een verbouwing kan je toch niet verwachten dat ze een volle functie vervullen? Behoud met hen eerst en vooral de connectie: zodra de kinderen groter zijn, komt er wel tijd vrij.”

“Er is een verschil tussen functiegericht en taakgericht denken. Wanneer iemand geen hele functie kan opnemen, kan je nog altijd taken uitschrijven. Sommigen zullen nooit grote acteurs worden, maar zoeken misschien een klik om erbij te horen. Misschien willen ze het programmaboek maken of helpen met het decor, je moet niet alles kunnen om lid te mogen zijn.”

“Soms willen jongvolwassenen bij ons geen volledige functie meer, daarom experimenteren we nu met een taakgerichte rollen, zoals de Program Consultant. Als we in de buurt van die consultant iemand vinden die geïnteresseerd is in een interculturele uitwisseling met AFS, dan vragen we hem om een oriënterend gesprek te houden met die kandidaat-deelnemer: bij hem onder de kerktoren, wanneer het hem uitkomt en met een bedank-barbecue op het einde van het jaar. Je kan zeggen: ‘Dat is geen echte vrijwilliger’, maar ook: ‘Zo behouden we een link en zetten we mensen in volgens hun mogelijkheden!’”

Uiteindelijk hebben verenigingen wel nog die vaste kaderleden nodig.

“Ja, maar misschien hoeven dat er geen twaalf te zijn. Vroeger had je een vaste kern die als een hechte familie samenwerkte. Nu denk ik dat je een bredere organisatie met verschillende rollen nodig hebt waar mensen zich welkom voelen, maar ook kunnen aansluiten zonder de rol van tante of grote zus op zich te moeten nemen. Ontwikkel bijvoorbeeld vrijwilligersloopbanen, zodat een vrijwilliger een pad voor zich heeft om door te groeien. Daar moet je heel bewust over nadenken.”

“Onlangs hebben twee jonge gasten van 19 en 23 voor ons een comeback hack uitgedacht. Als je terugkomt van een uitwisseling met AFS, organiseren we normaal een kompasweekend waar we je uitnodigen voor de vrijwilligerswerking. Dit jaar organiseren ze voor het eerst een laagdrempelige leuke activiteit om de banden aan te halen. Dat staat niet in onze beleidsnota en maakt geen deel uit van onze tradities, maar zij zeggen: ‘Wie geen vrijwilliger wordt, kan wel nog een goede ambassadeur zijn.’ Zulke acties zijn voor ons niet evident, want wij zijn het ook gewoon om ‘echte’ vrijwilligers te rekruteren. We weten niet of het een succes wordt. Soms zijn er begrijpelijke bezorgdheden, maar dit soort initiatieven waarbij jonge mensen het voortouw nemen, helpt ons misschien verder, geloof ik.”

Eigenlijk pleit u voor een kleinere vaste kern en een breder taakgericht netwerk om snel op evoluties in te spelen. Maar hoe zorg je ervoor dat je zo de oude kern niet vervreemdt?

“Het is soms heel moeilijk om die knopen door te hakken. De oude idee van consensus is heel erg ingebakken. ‘Is dat wel met iedereen besproken?’ Begrijp me niet verkeerd: als je een beleidsnota maakt, kan je maar beter lang vergaderen en ervoor zorgen dat iedereen het eens is, maar je kan niet alles met consensus doen vandaag. De wereld verandert zo snel dat je moet loslaten alles te willen controleren en met iedereen te bespreken. Je moet heel duidelijk weten waarheen je gaat, je hebt een missie nodig. Maar de weg daarheen is variabel. Je moet voelen waar de energie zit en daarop inspelen.”

“Een paar mensen van ons begonnen twee jaar geleden met een initiatief voor vluchtelingen in een centrum in Kapellen. Vrijwilligers en sympathisanten van AFS kunnen nu buddygezin worden van een vluchteling. In principe heeft dat niets met internationale uitwisselingen te maken. Maar je kan niet beweren dat je expert bent in intercultureel leren zonder te spreken met de Marokkaan of Senegalees in de straat. Het paste dus in onze missie en het zorgde ervoor dat sommige mensen nieuwe energie vonden. Dat moet je wel toelaten, ook al was niet iedereen daarvoor te vinden. Dan zeg ik: ‘Je mag beslissen om niet mee te doen, maar je mag het niet tegenhouden.’ Hetzelfde geldt voor de nieuwe vrijwilliger: je kan kiezen om een kleine taak op te nemen voor een korte periode, maar dan kies je er ook voor om niet over alles inspraak te hebben.”

“Dat initiatief voor asielzoekers won bij AFS International de prijs voor most relevant impact project. Soms heb je een succesverhaal nodig om vernieuwing door te voeren. Vernieuwing roept vragen op terwijl je zelf nog niet alle antwoorden hebt. Dan zijn mensen terecht bezorgd. Maar als je met een kleine groep een pilootproject opstart, lukt het beter om anderen warm te maken. Je moet ook durven mislukken, failing forward heet dat. Vernieuwen is mislukken.”

Kunnen kleine gezelschappen zich wel zoveel risico permitteren?

“Om te beginnen moet niet alles veel geld kosten. Daarnaast zie ik ook een grote rol voor de koepelorganisatie, in dit geval OPENDOEK. Zij kunnen die mindset bijbrengen, door vormingen te organiseren en zelf een voorbeeld te zijn. Voor een goede survey heb je bijvoorbeeld sociaalwetenschappelijke kennis nodig, daarover beschikken kleine comités niet altijd zelf. OPENDOEK kan een wetenschappelijk verantwoorde survey opstellen waarmee gezelschappen hun vrijwilligers kunnen bevragen, ook de vrijwilligers die zijn afgehaakt. Waarom hebben zij dat gedaan? We denken dat te weten, maar ga ook eens met hen zelf praten. Zo geeft OPENDOEK aan dat je daar tijd voor moet maken.”

Ga niet uit van jouw eigen verwachtingen
Caroline Steyaert

- Een andere uitdaging is inclusiviteit. Wat kunnen gezelschappen doen om een betere afspiegeling te zijn van een diverse realiteit?

“Zorg dat je oprecht divers, inclusief en toegankelijk bent. Dat klinkt gemakkelijk, maar is verschrikkelijk moeilijk. Ik geloof dat het maatschappelijk relevant is om diverser te worden, maar er is ook een pragmatische reden voor: als je alleen maar mikt op de rode-kool-met-worst-en-patatjes-vrijwilliger, droogt de visvijver voor vrijwilligers op. Stedelijke Chiro-groepen koken vandaag halal op kamp, omdat ze moslims er ook bij willen. Als je die groepen niet bereikt, zit je met bloedarmoede. Maar divers en inclusief willen zijn, betekent nog niet dat je het ook bent. Wij kregen geld van Europa om kansengroepen te bereiken en wij dachten dat we hen wel zouden vinden. Yeah, right. Ten eerste: wij weten niet hoe we hen moeten bereiken. Ten tweede: wij zijn verdacht. Zij dachten: ‘O nee, ze hebben weer een excuus-Marokkaan nodig.’ Wij hadden niet de juiste netwerken en vertrouwensband om met gezinnen van andere afkomst te werken. Na drie keer mislukken, realiseerden we ons dat we partners nodig hadden. Vandaag moet je niet meer alles zelf kunnen doen. Organisaties als JES (stadslabo voor jongeren in Antwerpen, red.) of KRAS (Antwerpse jeugdwerkorganisatie, red.) hebben de kennis en het netwerk waarover wij niet beschikken. Je moet anderen zoeken met een gedeelde missie of een gedeeld project, die complementair zijn. Daardoor stromen die jongeren nu wel binnen. Ook OPENDOEK kan daarin een stimulerende rol spelen, door complementaire contacten te leggen.”

“Ik bedoel helemaal niet dat gezelschappen hun ziel moeten verkopen. Integendeel, ze moeten net tot de kern komen van hun missie. Welke impact wil je hebben? Misschien zijn er wel andere middelen om daar te komen?”

- Heeft u nog een afsluitende tip voor de gezelschappen?

“Geef je vrijwilligers eigenaarschap, laat ze experimenteren en ga op zoek naar nieuwe rollen waarin de mensen die je nu niet bereikt, wel hun ei kwijt kunnen. Dat vat het wel een beetje samen.”

Meer nieuws

Felix Van Bladel c Jong DOEK

Hoe acteren je ook beter in je job kan maken

OPENDOEK magazine 18.12.2023
Lees meer
Wim Opbrouck

Wim Opbrouck wist het even niet meer...

OPENDOEK magazine 18.12.2023
Lees meer
'Ifigeneia' - KVS 2023

De macht van het publiek: “Vanuit de duisternis kan je altijd alle kanten op”

OPENDOEK magazine 18.12.2023
Lees meer

Ontvang alle info en updates over de theaterwereld via onze nieuwsbrief!