Heel wat theatergezelschappen in de vrije tijd hebben het statuut van vzw. Op deze pagina verzamelen we informatie die voor hen belangrijk kan zijn.
De feitelijke vereniging is eenvoudiger te hanteren dan de VZW en vergt minder formaliteiten en kosten. Het risico voor de individuele leden is hoger, doordat zij met hun privévermogen instaan en aansprakelijk zijn voor de verplichtingen en aansprakelijkheden van de vereniging. De VZW heeft rechtspersoonlijkheid en dus is de rechtspersoon zelf aansprakelijk voor haar activiteiten en verbintenissen.
Klik hier voor meer informatie over de feitelijke vereniging en het verschil met een VZW.
Bron: Vlaams Studie- en Documentatiecentrum voor vzw's (VSDC)
Het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV) trad in werking in 2019 en bracht belangrijke wijzigingen mee voor vzw’s. Sinds 1 januari 2024 moeten alle statuten volledig in overeenstemming zijn met de nieuwe regelgeving. Hieronder vind je een overzicht van de belangrijkste wijzigingen en aandachtspunten.
Het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV) trad in werking in 2019 en bracht belangrijke wijzigingen mee voor vzw’s. Sinds 1 januari 2024 moeten alle statuten volledig in overeenstemming zijn met de nieuwe regelgeving. Hieronder vind je een overzicht van de belangrijkste wijzigingen en aandachtspunten.
Een vzw is een overeenkomst tussen leden die een belangeloos doel nastreeft. De vereniging mag geen vermogensvoordeel uitkeren aan leden, bestuurders of oprichters, behalve in functie van dat belangeloos doel.
Verenigingen mogen alle soorten activiteiten uitvoeren, ook commerciële activiteiten. Een vzw mag dus winst maken, zolang die ingezet wordt voor het belangeloos doel van de vereniging.
Fiscaal blijft wel gelden dat commerciële activiteiten doorgaans een bijkomstig karakter moeten hebben om onder de rechtspersonenbelasting te blijven vallen. In andere gevallen kan de vereniging onderworpen worden aan de vennootschapsbelasting.
De statuten moeten duidelijk omschrijven welk belangeloos doel de vzw nastreeft én hoe ze dat doel wil realiseren. Vage of algemene formuleringen volstaan niet meer.
Waar vroeger minstens drie oprichters nodig waren, volstaan vandaag twee personen om een vzw op te richten.
Het bestuursorgaan bestaat in principe uit minstens drie bestuurders, tenzij de vereniging slechts twee leden telt.
De algemene vergadering hoeft niet langer uit meer leden te bestaan dan het bestuursorgaan. Vanuit goed bestuur en controle blijft een duidelijke scheiding tussen beide wel aanbevolen.
De oproepingstermijn voor een algemene vergadering bedraagt minstens vijftien dagen.
Voor een statutenwijziging moeten minstens twee derde van de leden aanwezig of vertegenwoordigd zijn. Vervolgens moet twee derde van de aanwezige stemmen akkoord gaan.
Is onvoldoende vertegenwoordiging aanwezig, dan moet een tweede algemene vergadering plaatsvinden, minstens vijftien dagen later. Die kan geldig beslissen ongeacht het aantal aanwezige leden.
Bij wijzigingen aan het belangeloos doel van de vzw is een meerderheid van vier vijfde van de stemmen vereist.
De term “raad van bestuur” werd vervangen door “bestuursorgaan” of eenvoudigweg “bestuur”.
Het WVV voorziet ook bijkomende flexibiliteit:
De verslagen van het bestuur worden ondertekend door de voorzitter en de bestuurders die daarom verzoeken.
Het dagelijks bestuur omvat:
Bestuurders zijn aansprakelijk voor fouten begaan in de uitoefening van hun mandaat.
Volgens het WVV zijn zij enkel aansprakelijk voor beslissingen of handelingen die kennelijk buiten de marge vallen waarover redelijkerwijs verschil van mening kan bestaan tussen bestuurders.
Voor lichte fouten of onachtzaamheid geldt een wettelijke beperking van de aansprakelijkheid, afhankelijk van de grootte van de vereniging:
De maximale bedragen gelden voor alle betrokken bestuurders samen, ongeacht het aantal eisers of vorderingen.
Bij zware fouten, fraude of herhaaldelijke fouten blijft de aansprakelijkheid onbeperkt.
Het onderscheid tussen “grote” en “kleine” vzw’s werd vervangen door:
Deze categorieën bepalen onder meer welke boekhoudkundige verplichtingen gelden.
Vzw’s die meer dan één van bovenstaande criteria overschrijden.
Kleine vzw’s mogen hun jaarrekening volgens een vereenvoudigd model opmaken. Grotere vzw’s moeten hun jaarrekening neerleggen bij de Nationale Bank en een commissaris aanstellen voor controle van de financiële toestand.
Het bestuursorgaan vertegenwoordigt de vzw officieel, ook in rechte.
De statuten kunnen bepalen dat één of meerdere bestuurders de vereniging afzonderlijk of gezamenlijk mogen vertegenwoordigen.
Medewerkers of vrijwilligers kunnen de vzw enkel vertegenwoordigen wanneer zij daarvoor een geldige volmacht kregen.
Elke vzw moet haar uiteindelijke begunstigden registreren in het UBO-register (Ultimate Beneficial Owners).
Het bestuursorgaan kan een intern reglement opstellen indien de statuten dit toelaten.
Leden moeten toegang hebben tot de meest recente versie en de statuten moeten verwijzen naar het geldende intern reglement.
De statuten moeten vermelden in welk gewest de maatschappelijke zetel van de vzw gevestigd is.
Bij een verhuis naar een ander gewest is een statutenwijziging nodig.
Voor elke vzw wordt een dossier bijgehouden bij de ondernemingsrechtbank. Daarnaast moet de vereniging ingeschreven zijn in de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO).
Op officiële documenten en communicatie van de vzw moeten minstens volgende gegevens vermeld worden:
Sinds de invoering van het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV) moeten de statuten van je vzw aangepast zijn aan de huidige vzw-wetgeving. Hieronder vind je twee voorbeeldstatuten waarop je je kan baseren: één voor een vzw zonder eigen zaal en één voor een vzw met een eigen zaal. Beide voorbeelden zijn afgestemd op de huidige regelgeving.
Heb je nood aan meer specifieke ondersteuning? Dan kan je terecht bij Scwitch, een coöperatieve die socioculturele organisaties ondersteunt in hun zakelijk beheer. Hou er rekening mee dat hun dienstverlening niet altijd gratis is.
Sinds 2018 moeten alle Belgische rechtspersonen, waaronder vzw’s, hun ‘uiteindelijk begunstigden’ (UBO’s – Ultimate Beneficial Owners) registreren in het UBO-register. Deze verplichting vloeit voort uit de antiwitwaswetgeving en heeft als doel te voorkomen dat natuurlijke personen zich achter juridische structuren verschuilen.
Een UBO is een natuurlijke persoon die de uiteindelijke controle heeft over een organisatie of in wiens naam transacties worden uitgevoerd. Hoewel een vzw geen eigenaars heeft, moet zij toch UBO’s aanduiden.
Bij vzw’s gaat het onder meer om de leden van het bestuursorgaan, de personen bevoegd om de vereniging te vertegenwoordigen en de personen belast met het dagelijks bestuur. Ook andere personen die feitelijke controle uitoefenen kunnen als UBO worden geregistreerd. Als er geen specifieke controlepersonen zijn, worden minstens de bestuurders opgegeven.
De registratie gebeurt in het UBO-register van de FOD Financiën en moet binnen 30 dagen na oprichting worden uitgevoerd. Wijzigingen moeten eveneens binnen 30 dagen worden doorgegeven en de gegevens moeten jaarlijks bevestigd worden, ook zonder wijzigingen.
Bij registratie moeten bewijsstukken worden toegevoegd, zoals benoemingsbesluiten. Niet-naleving kan leiden tot administratieve sancties. De gegevens zijn toegankelijk voor bevoegde autoriteiten en, onder bepaalde voorwaarden, voor derden met een gerechtvaardigd belang.