Choreograaf Karolien Verlinden vertaalt tekst naar beweging
Waar woorden wortel schieten wordt het voor choreografe Karolien Verlinden pas écht interessant. “Het falen van de taal interesseert mij”, vertelt ze. Niet woorden, maar klanken zijn haar motor. Ze schippert tussen dans en theater, tussen ritme en betekenis én ze vertelt over hoe je taal wel kan proberen ombuigen in beweging - maar dat dat niet altijd lukt.
Ik heb een achtergrond in woordkunst en drama, maar choreografie heeft me altijd al gefascineerd. Daarom ben ik die studierichting gaan volgen aan Codarts in Rotterdam, en daar merkte ik dat ik toch vooral weer theater ging opzoeken. Ik kwam er in aanraking met de viewpoint-techniek en heb zo de wereld tussen dans en theater gevonden.
Viewpoint is voor mij de perfecte training in samenzijn, met je twee voeten in het hier en nu. Je probeert je daarbij als acteur hyperbewust te zijn van je omgeving, van waar je mede-acteurs zich in de ruimte bevinden. Van daaruit ga je dan beweging improviseren. Wat betekent het als ik mij net op deze plek zet ten opzichte van de ander? Sta ik dichtbij of net ver weg? Herhaal ik een beweging en zet ik mijn medespeler kracht bij? Of keer ik iemand de rug toe? Al die kleine momenten van positionering creëren betekenis. Het is mooi hoe luid beweging kan spreken.
Viewpoint is voor mij de perfecte training in samenzijn
Eigenlijk bij geluiden. Met mijn gezelschap Tuning People - we hebben zo’n zeventien jaar bestaan - waren we constant bezig met klank. Ik vroeg me af: “Kan ik beweging versterken door geluid? Als ik een diepe buiging maak en daar een doffe, zware klank onder zet, lijkt die beweging dan ook zwaarder? Of kan ik diezelfde buiging lichter maken, gewoon door een ander geluidseffect toe te voegen?”
Met jongerengezelschap fABULEUS hebben we zo de voorstelling dUb gemaakt, waarbij we geluid gingen dubben. Eén van de vertrekpunten was foley art: het nabootsen van klanken, zoals voetstappen, vallende voorwerpen, krakende vloeren. Vanuit die klanken begonnen we woorden te maken, bijna als een regieaanwijzing: stap, stap, wissel, trippel, val. En die woorden werden op hun beurt dan weer beweging. Soms viel er een deksel, dan weer een vork: hetzelfde woord kreeg dan toch telkens een ander geluid.
Uiteindelijk kwamen we uit bij een hele choreografie van absurde woorden die meer en meer naar pure klank evolueerden. Een inspiratiebron voor de bewegingstaal was lindyhop (een Afro-Amerikaanse dansstijl met invloeden van onder andere jazz, red.). Het ritme in die voorstelling ging zo de hoogte in dat het op het einde bijna house leek. (lacht)
Ja, bij de dansvoorstelling Kapot. Toneelauteur Freek Mariën schreef toen een tekst in de stijl van Paul Van Ostaijen. Ik ben toen met drie acteurs aan de slag gegaan om passages om te zetten in beweging. Daar kwam een specifiek wandelpatroon uit, dat we dan heel zorgvuldig hebben neergeschreven.
Het kwam erop neer dat de acteurs eerst hun choreografie zongen voor ze die uitvoerden. Wissel, verlang, nee, stop / Ja, wissel, twijfel, ga. Er waren ook passages die meer betekenis droegen zoals Waarom ben ik altijd zo moe / Waarom / Waarom ik / Waarom altijd / Waar / Waarom ben ik zo moe? Die gingen dan gepaard met die bewegingen, die alsmaar chaotischer werden waardoor het op een punt helemaal misliep. Kapot dus.
Niet op je woorden komen, het ongemak, communicatie die de soep indraait: dat falen van de taal interesseert mij. Zeker omdat ik zelf heb gemerkt dat ik niet heel tekstueel ben aangelegd. Want ook al was het een prachtige tekst van Freek Mariën, toch vond ik het maakproces van Kapot heel moeilijk. Ik heb een abstract hoofd; ik zie teksten als iets technisch, iets ritmisch. Dan is het niet makkelijk om acteurs aan te sturen die betekenis willen vinden in de woorden die ze uitspreken.
Niet op je woorden komen, het ongemak, communicatie die de soep indraait: dat falen van de taal interesseert mij.
Ja, daar heb ik de acteurs geïnterviewd over de geschiedenis van hun lichaam. Waar ben je onzeker over? Waar ben je trots op? Wat verandert er als je pubert? Dat leverde heel eerlijke verhalen op: over haargroei, huidskleur, genderverwarring, onzekerheden. Ik heb die interviews geknipt en gemonteerd, en daarna de performers laten dansen op hun eigen woorden. Ze nemen het ritme van hun twijfel, hun kracht, hun adem over. De bewegingen volgen het tempo en de cadans van hun eigen stemmen.
Voorlopig wel. Ritme is mijn échte motor. Dat zat al in mijn woordchoreografieën, maar nu onderzoek ik het opnieuw. Deze keer met muziek, in mijn nieuwste onderzoek Re-Turn. Ik werk met een flamenco-danseres, een stepper en een muzikant. Ik vraag me af: “Hoe kan de danser ook muzikant zijn? Hoe wordt dans zelf muziek?” Voor mij is het dus een return, een terugkeer naar wat me altijd al het meest heeft geboeid: klank en beweging. En dat is soms nu eenmaal moeilijk in woorden te vertalen.