Balanceren tussen improviseren en het collectief geheugen
Al van kindsbeen af zijn we gefascineerd door legendarische, poeslieve of kwaadaardige figuren die we in sprookjes tegenkomen. Maar die traditie beperkt zich niet tot Europa. Inge Brinkman van de opleiding Afrikaanse talen en culturen aan de UGent dook in de Afrikaanse vertelcultuur. “Volksverhalen zijn een belevenis voor mensen van alle leeftijden.”
“Via ons onderzoeksproject willen we Afrikaanse jongeren opnieuw in contact brengen met traditionele vertellingen”, vertelt Inge enthousiast. Voor haar project Oral Literature for Development werkt ze dan ook samen met Afrikaanse onderzoekers. Een daarvan is Megersa Regassa van de Jimma University in Ethiopië. “Mijn research focust op gender en monsterverhalen in de mondelinge literatuur van het Afaan Oromo (een Afrikaanse taal die voornamelijk in Ethiopië en delen van Kenia gesproken wordt, red.). Het zijn verhalen die van generatie op generatie doorgegeven worden, maar alleen mondeling, want ze bestaan niet in geschreven vorm”, vertelt Megersa.
“Dankzij de vele interactie wordt de toeschouwer
een volwaardig onderdeel van de vertelling.”
Waar we in Europa vandaag vooral teruggrijpen naar boeken, is de Afrikaanse vertelcultuur daar anders in, zegt Megersa. “Alles draait rond performance: je beleeft het verhaal niet individueel als lezer, maar als groep. Interactie en communicatie zijn tijdens zo’n vertelling dan ook cruciaal, want de toeschouwer wordt deel van het verhaal.”
Die interactie kan heel ver gaan, vult Inge aan. “Soms zijn toeschouwers zelfs geneigd om een verteller te corrigeren als ze de indruk krijgen dat het verhaal niet helemaal correct gebracht wordt. Ook al heeft de verteller veel vrijheid, er zijn altijd grenzen, omdat de verhalen uit een cultuur van mondelinge overlevering komen.”
De verhalenverteller leert dus nooit een tekst uit een boek, maar gaat terug op het geheugen. “Hij gebruikt zijn geest en plaatst het verhaal in de context van deze tijd of het publiek dat voor hem zit”, weet Megersa. “Een goede verteller heeft oog voor poëzie en authenticiteit. Dat maakt een verhaal mooi en zorgt ervoor dat het publiek aan zijn lippen hangt.”
Ook Milkessa Edae-Tufa doet onderzoek naar verhalen uit de Ethiopische vertelcultuur. “Verhalenvertellers zijn gespecialiseerde kunstenaars die perfect weten hoe ze een publiek moeten bespelen. Het zijn tovenaars die met hun verhaal een onvergetelijke sfeer creëren.” Dat bevestigt ook Megersa: “Een verhaal begint niet zomaar! De verteller geeft aan dat het verhaal gaat beginnen door ‘Durdur’ (Zal ik een verhaal vertellen?) te roepen, waarop het publiek antwoordt met ‘Gadi guuri’, wat zoveel betekent als ‘Vertel maar op!’”
Het ideale tijdstip voor de vertellers? Dat is na de werkuren, volgens Inge. “Als mensen beginnen te koken, kinderen van school naar huis komen en op het eten moeten wachten… Je kunt het een beetje vergelijken met de sfeer bij een concert. Iedereen zingt luidkeels mee met de nummers die een artiest brengt en niemand is gegeneerd of bezorgd over hoe dat gaat overkomen.”
Ook Megersa benadrukt dat het publiek niet alleen luistert: “Het publiek reageert en beleeft heel de vertelling zeer intens. Als de verteller een lied inzet tijdens een verhaal, duurt het niet lang voor de toeschouwers uit volle borst meezingen. De sfeer van het lied kan er zelfs voor zorgen dat iedereen begint te dansen, omdat het publiek zo opgaat in het verhaal!”
Interactie is dan ook van groot belang voor een geslaagde vertelling. “Die krijg je onder andere doordat het publiek de laatste woorden van zinnen aanvult”, zegt Inge. “De verteller zegt bijvoorbeeld: ‘Ze gooiden het meisje in de put. Ze gooiden haar…?’ En dan antwoordt het publiek in koor: ‘in de put!’ Het is een groot verschil met het Europese theater, waar acteurs op scène staan en het publiek gewoon op een stoel zit en toekijkt. Die wisselwerking is een stuk minder evident.”
Door de reacties van het publiek is geen vertelling twee keer dezelfde. Daarom speelt improvisatie ook een grote rol. “Een verteller heeft enkele aanknopingspunten nodig om de verhaallijn te volgen, maar voor de rest is hij ontzettend vrij om de vertelling naar zijn hand te zetten. Hij kan inspelen op iets wat in het publiek gebeurt en beslissen om dat in het verhaal te gebruiken. Op die manier zijn Afrikaanse vertellers tegelijkertijd acteur en regisseur.
“Een ander verschil is dat een Afrikaanse verteller niet de eigenaar van het verhaal is. Het behoort immers tot de gemeenschap”, legt Milkessa uit. “Wij denken onmiddellijk aan auteursrechten en wie de oorspronkelijke schrijver van een tekst is, maar bij de vertellingen in Ethiopië is dat geen issue”, vult Inge aan. “En dan heb je nog de personages”, vervolgt Inge. “In heel wat Afrikaanse verhalen zijn niet-menselijke personages de hoofdrolspelers. Het kan bijvoorbeeld perfect zijn dat een boom het voornaamste personage in een vertelling is. De boom brengt dan de boodschap over. Zelfs een geslachtsorgaan kan een hoofdrol krijgen in Afrikaanse verhalen.”
“Niet de verteller zelf, maar heel de gemeenschap
is eigenaar van de Afrikaanse volksverhalen.”
Mondelinge overlevering zit ook ingebakken in de Oromo-cultuur in Ethiopië. Inge legt uit dat er een systeem bestaat dat de maatschappij organiseert in generaties. “Dat systeem heet Gadaa. Daarbij bestuurt het volk zichzelf op een democratische manier: om de acht jaar wisselen de rollen. Kinderen leren op school dit systeem kennen en ook de vertellingen die erbij horen. Doordat scholen hiervoor boeken gebruiken, leren kinderen heel wat over mondelinge vertelcultuur in hun land.”
“In Kenia zie je een gelijkaardige ontwikkeling. Bepaalde verhalen worden daar opgenomen in boeken en daardoor ontstaat een soort standaardversie die vaak 'braver' en didactischer is dan de mondelinge verhalen”, vervolgt Inge. “De mondelinge verhalen zij n dikwijls echt populair-volks: iedereen kan komen luisteren. Ook volwassenen. Er wordt hartelijk gelachen om de grappen en de grollen in het verhaal en hoewel er vaak wel veel elementen zij n om over na te denken, is er lang niet altijd één enkele 'moraal van het verhaal'. Dat maakt de verhalen erg boeiend!”
“In veel Afrikaanse verhalen krijgen niet
menselijke personages de hoofdrol.”
Wil je meer weten over Afrikaanse vertelkunst? Check het onderzoek van de UGent via deze link.