MEERTALIGHEID: TROEF OF DREMPEL?
Via taal worden verhalen verteld die hele werelden in zich dragen. Taal verbindt, sluit uit en is nooit neutraal. Voor dit nummer trekt OPENDOEK naar Sint-Jans-Molenbeek, waar meertaligheid geen abstract begrip is, maar dagelijkse realiteit.
In Molenbeek ontmoeten we Mohamed Salim Haouach, directeur van Ras El Hanout: het Brusselse theatergezelschap dat al zestien jaar lang taal, cultuur en identiteit samenbrengt op de scène. Als acteur en regisseur ziet Haouach theater als een krachtig middel om maatschappelijke en menselijke verhalen te vertellen. Net zoals de kruidenmengeling waarnaar het gezelschap is vernoemd, staat Ras El Hanout voor een rijke mix van talen, culturen en perspectieven.
“Ons publiek vindt de weg naar theater omdat ze eindelijk iets in hun eigen taal op het podium horen.”
Jullie zetten heel expliciet in op meertaligheid. Is dit vooral een vorm van inclusie, of ook een manier om nieuwe verhalen te vertellen?
“Brussel wordt vaak voorgesteld als een tweetalige stad, maar dat beeld strookt niet met de realiteit. Meer dan zeventig procent van de Brusselse bevolking heeft een andere afkomst dan puur Belgisch en spreekt thuis een andere moedertaal dan Frans of Nederlands. Die talen maken deel uit van de stad, maar krijgen zelden een plaats op het podium. Door meertaligheid centraal te zetten, geven we ze legitimiteit en zichtbaarheid. Het is zowel een inclusieve keuze als een artistieke: we vertellen verhalen die anders niet gehoord worden en erkennen de culturele universa die in elke taal vervat zitten.”
Welke talen komen concreet aan bod binnen jullie voorstellingen?
“Onder andere Frans, Nederlands, klassiek Arabisch, Marokkaans-Arabisch, Pulaar, Engels, Italiaans, Spaans en Albanees. Vaak worden deze talen gecombineerd binnen één scène of zelfs binnen één zin, zoals dat ook in het dagelijkse leven van veel Brusselse jongeren gebeurt. Soms werken we met vertaling in de dialoog zelf, bijvoorbeeld wanneer een personage herhaalt wat een ander zegt in een andere taal. In andere gevallen gebruiken we boventiteling, of kiezen we er bewust voor om niet alles te vertalen en het publiek te laten luisteren, voelen en interpreteren.”
Hoe gaan jullie om met de grote diversiteit binnen jullie team, zeker wanneer niet iedereen dezelfde taalvaardigheid heeft?
“Taalvaardigheid is voor ons geen barrière, maar een leerproces. Zelf heb ik Nederlands niet op school geleerd, maar op de werkvloer, door te durven spreken en fouten te maken. Dat principe geldt ook voor ons artistiek proces: we vertrekken niet vanuit perfectie, maar vanuit bereidheid. Het belangrijkste is dat iedereen moeite doet om de ander te begrijpen, niet alleen op woordniveau, maar ook op cultureel en emotioneel vlak. Die wederzijdse inspanning is essentieel om samen te werken én om een maatschappij op te bouwen.”
Zien jullie taal vooral als een artistiek middel, een maatschappelijke realiteit of een politieke keuze?
“Voor ons is taal al die dingen tegelijk. Sommige talen hebben meer symbolische waarde dan andere. Engels wordt vaak positief gewaardeerd, terwijl moedertalen zoals Arabisch of Turks lange tijd naar de privésfeer werden verbannen. Door die talen op het podium te brengen, herstellen we een onevenwicht.”
Verandert meertaligheid ook de vorm, het ritme of de dramaturgie van een voorstelling?
“Absoluut. Meertaligheid beïnvloedt zowel het schrijfproces als het spelen. Een idee dat werkt in één taal, werkt niet automatisch in een andere. Je moet dus vanaf het begin meertalig denken. Dat is intens, maar ook verrijkend. Elke taal heeft bovendien haar eigen muzikaliteit, ritme en accent. Zelfs woorden met dezelfde betekenis functioneren anders per taal. Dat maakt meertalige dramaturgie complexer, maar ook rijker.”
Veel gezelschappen hebben moeite om een divers publiek te bereiken. Herkennen jullie die problematiek?
“We merken dat elk stuk zijn publiek vindt, ook al vraagt meertaligheid soms meer inspanning van de toeschouwer. In het begin was dat spannend, maar gaandeweg groeide het vertrouwen. Mensen begrijpen niet altijd elk woord, maar volgen wel de emotie, de energie en de context. Dat is vaak voldoende om geraakt te worden.”
“Maar onze meertaligheid kan ook drempelverlagend werken. Voor sommige mensen is herkenning van hun eigen talen en verhalen een uitnodiging om te komen kijken terwijl ze anders thuisblijven. Theater wordt nog vaak gezien als elitair of ‘wit-burgerlijk’. Door thema’s als racisme, politiegeweld, migratie te brengen – en dat te combineren met humor en energie – maken we theater toegankelijker voor mensen die zich anders niet aangesproken voelen. We brengen verhalen die zich bij wijze van spreken op de hoek van de straat afspelen.”
Hoe bewaken jullie het evenwicht tussen artistieke ambitie en toegankelijkheid?
“We doen geen toegevingen aan de inhoud, maar zoeken wel naar vormen die mensen meenemen. Dat kan via forumtheater, improvisatie of directe interactie met het publiek. Door mensen actief te laten deelnemen, voelen ze zich betrokken en begrijpen ze vaak meer dan via uitleg alleen. Ervaren is soms krachtiger dan uitleggen.”
Jullie zijn sterk verankerd in Molenbeek. Hoe uit zich dat concreet in jullie werking?
“We hebben een voormalige gemeentelijke loods in Molenbeek omgevormd tot onze eigen plek. Die locatie en de buurt vormen een belangrijke inspiratiebron. Molenbeek weerspiegelt al meer dan twee eeuwen migratiegeschiedenis, van Vlaamse en Waalse arbeiders tot recente gemeenschappen. Thema’s als gentrificatie, werkloosheid en stedelijk geweld komen daarom ook terug in onze voorstellingen en workshops.”
Hoe betrekken jullie lokale jongeren bij jullie organisatie?
“We hoeven jongeren niet actief te overtuigen: ze vinden ons vaak zelf, via voorstellingen, sociale media of netwerken van verenigingen. Veel jongeren komen kijken en zeggen daarna dat ze ook hun verhaal willen vertellen. Dat is voor ons het mooiste vertrekpunt.”
“Jongeren die vanuit hun eigen leefwereld met thema’s komen: dat is het mooiste vertrekpunt.”
Is de Vlaamse theatersector vandaag voldoende meertalig en divers? Wat kan beter?
“In Brussel is er meer openheid voor diversiteit dan in Vlaanderen, waar de ruimte om te experimenteren vaak beperkter is. Politieke gevoeligheden spelen daarin mee. Er is nood aan meer durf, meer vertrouwen en meer ondersteuning voor meertalige en maatschappelijk geëngageerde projecten.”
Tot slot: hoe zien jullie de toekomst? Welke rol willen jullie blijven spelen?
“We willen nog dieper inzetten op meertaligheid, ook buiten de zaal, zoals in onze communicatie en organisatiestructuur. Dat vraagt extra middelen en ondersteuning, maar het is essentieel voor een stad als Brussel. Wat hier gebeurt, moet zichtbaar blijven op het podium. Dat is de rol die wij willen blijven opnemen.”