Onze redacteur testte het woordeloze rollenspel Sign
In twee uur tijd smeedde ik diepe connecties met mensen die ik nog nooit ontmoet had, zonder één woord te uiten. Intrigerend? Dat vond ik ook.
Jaren geleden bezocht ik de eerste editie van het LARP Festival in Nederland. Ik larpte al jaar en dag, dus ik was nieuwsgierig naar de nieuwe vormen die het festival te bieden had. Een van de mini-LARP’s die aangeboden werd, was Sign. Een stille LARP. Dat prikkelde mijn interesse. Hoe kan je rollenspelen zonder woorden? Hoe stem je af met mensen die je nog nooit ontmoet hebt? Hoe creëer je vertrouwen - hét fundament van improvisatietheater - als je het niet verbaal kan doen? Ik schreef me in.
Wat is LARP?
LARP staat voor Live Action Role Play: een vorm van rollenspel waarbij deelnemers een personage spelen in een gedeelde fictieve wereld. Met kostuums, attributen en echte locaties stap je zelf het verhaal in, zonder script en zonder publiek. LARP is gezamenlijke geïmproviseerde storytelling, gevormd door de keuzes van alle spelers. Je kan het vergelijken met het fantasiespel van kinderen, maar met duidelijke afspraken en een sterke focus op immersie.
De wereld van Sign
De setting van het rollenspel Sign is verrassend eenvoudig: een klaslokaal met zeven stoelen. Zeven kinderen en één leerkracht. Een geïmproviseerde speelplaats, een deken en wat speelgoed. Meer heb je niet nodig.
De introductie luidt als volgt:
Sign is een spel over begrepen worden.
In Nicaragua in de jaren 70 bestond er geen gebarentaal. Wie doof was, leefde in stilte, met slechts enkele zelfbedachte gebaren om te overleven - maar te weinig om echt te verbinden. Men was, in vele belangrijke aspecten van het leven, alleen.
In 1977 veranderde alles. Dove kinderen uit het hele land kwamen samen op een school in Managua. Ze werden verwacht om te leren liplezen, maar in de plaats daarvan deden ze iets onverwachts. Tussen gelijken, voor het eerst niet alleen, begonnen ze samen te spelen, te delen… en een taal te creëren.
Deze kinderen ontwikkelden samen de basis van de Nicaraguaanse Gebarentaal - en gaven een stem aan alle doven van het land. De mogelijkheid om begrepen te worden.
Binnenstappen in de stilte
Dit is de wereld waarin wij binnenstappen, als kinderen in een ver land zonder taal. Iedere speler krijgt een kaartje met achtergrondinformatie over zijn of haar personage; een naam, persoonlijkheidskenmerken, een korte achtergrond, een ‘waarheid’ van het kind (bijvoorbeeld: “Ik ben bang dat grootmoeder niet kan zorgen voor moeder”) en een relationeel doel (“Ik wil samen met iemand regels doorbreken”). We krijgen de opdracht om een nieuwe herinnering te bedenken voor dit kind, om het personage zelf wat in te kleuren.
LARP is een zandbak om in te testen, te spelen en te ontdekken.
Het spel bestaat uit drie fases en een laatste les. Elke fase omvat een les en een speeltijd. De leerkracht begeleidt de overgangen tussen fases en deelt dan nieuwe kaarten met instructies uit. Na opwarmingsoefeningen, de emotionele veiligheidsregels - zodat iedereen zich op elk moment comfortabel voelt - en een vragenronde, worden we stil.
Het spel kan beginnen.
De eerste les begint met een simpele opdracht: verzin een gebaar voor jezelf en introduceer jezelf in de klas. Je bevindt je voor de eerste keer in een ruimte met gelijkgestemden. De nervositeit is hoog, maar de hoop is voelbaar. Alle kinderen herhalen het gebaar dat je net verzon - je nieuwe naam - in de cirkel van de klas. Het feit dat iedereen zijn hele lichaam gebruikt om jouw naam te herhalen, voelt spannend.
Nadien mag je iets over jezelf ‘vertellen’ in gebaren. Een opstoot van paniek. Wat kies ik om te vertellen aan deze kinderen? En hoe? Verleid door het verlangen om verbinding te maken, probeer ik iets. Onmiddellijk vallen me er verschillende dingen op: deze manier van communiceren is directer. Het is kwetsbaarder. Ik zet mezelf op een podium met mijn medespelers als publiek. En, misschien nog opvallender, merk ik dat alle aanwezigen met volle concentratie kijken naar elke kleine verandering in lichaamstaal. Ze proberen mij te begrijpen.
Ik merk de eerste beginselen van een prille groepsdynamiek. Wie van deze vreemden houdt zijn bewegingen kort en dicht bij zichzelf? Wie van hen durft een stapje in het duister te wagen en meer bloot te geven? Wie nodigt anderen expliciet uit om mee te doen? Mentaal begin ik te noteren: met welke ‘kinderen’ kan ik mijn vooropgestelde doelen uitwerken?
Tijdens de eerste speeltijd begeleidt de leerkracht ons naar buiten. Op de grond ligt een deken met simpel speelgoed erbovenop. Zonder concrete opdrachten om ons aan vast te klampen, staan we een momentje verloren te kijken naar elkaar. En dan gebeurt het: dat eerste magische moment dat beschreven wordt in het verhaal van de Nicaraguaanse kinderen. Druppelsgewijs worden we als kinderen aangetrokken tot het speelgoed; we spelen en nodigen anderen uit om mee te spelen. Met kleine gebaren en voorzichtige glimlachjes ontstaan er connecties. We ontvangen stiften waarmee we op onze handen moeten aanduiden wanneer een poging tot communicatie niet slaagt. Dat blijkt confronterend te zijn, zeker als je denkt aan de kinderen die elke dag zoveel blokkades ervaren.
Ik betrek de meer introverte kinderen in het spel. Het doet me denken aan het instinctieve gedrag van dieren; een voorzichtige toenadering, opmerken wanneer iemand zich terugtrekt, manieren vinden om hen veilig te doen voelen… Ik ben verbaasd hoe snel ik ophoud met naar woorden te zoeken, omdat lichaamstaal zoveel directer blijkt.
Samen betekenis maken
In de tweede les krijgen we kaarten met woorden aangereikt. We mogen er een gebaar voor verzinnen, maar het woord moet betekenis dragen voor het personage. We delen onze gebaren met de groep, die ze dan één voor één herhalen. We breiden samen onze taal uit.
In de volgende fases proberen we elk onze ‘waarheid’ te bereiken: “Ik wil dat iedereen op school mij leuk vindt”, bijvoorbeeld. We trekken streepjes op onze handen als een communicatiepoging faalt. De frustratie is voelbaar, maar het begrip is groot. Wat is de achtergrond van het andere ‘kind’? Waarom houdt iemand zich afzijdig? Een gelaagd mysterie waar we samen uiteindelijk antwoorden op vinden.
Hadden we elkaar dan toch begrepen?
In de laatste les blikken onze personages terug. Elk kind krijgt zijn moment in de spotlights. De andere kinderen mogen daarbij twee dingen doen: het kind beschrijven en vertellen hoe het kind hen doet voelen. Het wordt verrassend emotioneel. Met slechts enkele gebaren vertellen we plots genuanceerde verhalen, diepgaand en liefhebbend; “Dit kind heeft mij geholpen toen ik mij alleen voelde”, “Dit kind deelt mijn liefde voor verhalen”, “Dit kind heeft mij doen inzien dat ik het waard ben om geliefd te zijn”.
Er volgt een moment van stilte. Een moment waarin iedereen tevreden bij elkaar zit in het ontbreken van woorden. De stilte wordt doorbroken door de leerkracht: we laten de kinderen samen achter bij hun nieuwe vrienden, een klein beetje minder angstig dan toen ze aankwamen.
Taal is soms een snelweg, maar het is ook een sluier.
Na de stilte
Tijdens de nabespreking krijgen we de kans om te reflecteren over de beleving, deze keer als onszelf. Wat vond je het moeilijkst om te communiceren? Was er ontwikkeling in de gebaren naarmate ze meer universeel gebruikt werden? Kon je je waarheid voldoende overbrengen?
De reacties van mijn spelgenoten zijn uiteenlopend, maar er zijn ook gelijkenissen. Voor iedereen verandert het de manier waarop ze zullen rollenspelen in de toekomst. Woorden zijn soms overroepen als we gevoel willen overbrengen, klinkt het. En vooral: we delen nieuwe inzichten en grote appreciatie voor de levens en communicatievaardigheden van dove mensen.
En dat is wat LARP doet: je stapt met twee voeten in het leven van een ander en leert, proefondervindelijk, een diepe empathie te ontwikkelen in een situatie die compleet verschilt van de jouwe. Het is een zandbak om in te testen, te spelen, en te ontdekken. En die inzichten draag je de rest van je leven mee. Het verrijkt en verbreedt hoe je naar de wereld kijkt.
Ik werd opnieuw een kind voor twee uur en leerde een nieuwe taal. De nuances van woorden waren een schild dat ik niet meer had. De emotie was rauw en zichtbaar. Het is communicatie in de opvallendheid van iemands gebogen schouders, van een zorgzaam klopje op de rug als steunbetuiging, de kwetsbaarheid van een droeve, maar dankbare glimlach.
Taal is soms een snelweg, maar het is ook een sluier. Ik ben blij dat ik samen met mijn medespelers die sluier even kon oplichten.