Advocatenreeksen op tv worden in binnen- en buitenland graag gezien. De Vlaamse oerserie in dat genre, heette ‘Beschuldigde, sta op’ en werd grotendeels gedragen door amateuracteurs. De reeks liep van 1964 tot 1980 op de toenmalige BRT en speelde elke aflevering een bestaande of verzonnen assisenzaak na. Tijdens de uitzending was het gewoonlijk stil op straat, want iedereen zat geboeid (dat is hier wel het woord) voor het tv-scherm.

 

‘Beschuldigde, sta op’ was het geesteskind van Jan Matterne, die we ook kennen van ‘De Collega’s’. Hij kwam zelf uit het amateurtheater. Voor het bijeensprokkelen van zijn cast had hij dan ook een uitgekiende methode ontwikkeld. Om alles zo écht mogelijk te doen voelen, zocht hij telkens acteurs bij amateurgezelschappen in de buurt vanwaar de misdaad in het verhaal zich had afgespeeld. Zo sprak iedereen met het juiste accent. Jan Matterne wist heel vaak de gepaste types te vinden voor een rol. Mensen zonder toneelervaring bracht hij tot diep doorvoelde vertolkingen.

 

Een paar maanden vóór de opnames voerde hij urenlange gesprekken met elk van de spelers. Hij bereidde ze voor op hun rol, stelde honderden vragen over de door hen beleefde feiten in functie van wat er in het dossier werd beschreven en wees op de zwakke punten waarover hen in de rechtbank verantwoording zou worden gevraagd.

 

Matterne was de enige die het hele verhaal kende. De acteurs kregen geen uitgeschreven script, alleen de feiten en teksten van hun eigen personage. Die mochten ze vertellen zoals zij het aanvoelden. Daardoor kregen alle personages zo’n grote naturel. Misschien zit er ook vandaag nog wel heil in die aanpak. Moet er niet eens een goed gesprek worden gevoerd met de spelers van ‘De Buurtpolitie’?