“In ‘Chasse Patate’ zag ik mijn eigen huis de grond inzakken”

 

Ik zou graag de catharsis uit ‘Chasse Patate’ uitlichten. Die voorstelling gaat over een jongetje dat verongelukt met de fiets, een verlies dat zijn broer en zus nog niet hebben verwerkt. Als decor bouwen we een huis, een dorpscafé waarboven de personages wonen, dat zo wankel is dat het elk moment zou kunnen instorten. Dat gebeurt uiteindelijk op het moment van de catharsis, als Jules en Alice hun verdriet erkennen en het verleden kunnen laten gaan. Op dat moment zakt de hele fictie waaraan ze zich vasthielden weg in het moeras.

 

Het neerhalen van dat huis was ook voor Studio ORKA een symbolisch moment om afscheid te nemen van een stukje verleden. Voorafgaand aan het proces van ‘Chasse Patate’ zijn Philippe (Van de Velde, vormgever en mede-oprichter, red.) en ik gescheiden. Ergens voelden we dus dat deze voorstelling over meer ging dan alleen de verwerking van een sterfgeval. Het ging ook over een nieuw hoofdstuk in onze eigen geschiedenis. Plots kreeg dat beeldende moment een betekenis die we er vooraf niet in gelegd hadden. Ik zag mijn eigen huis de grond inzakken.

 

Vaak ligt de catharsis in het uiten van wat voordien ongeuit bleef. Daarom komt ze in ons werk zo vaak terug, net als het personage van de binnenvetter. Omdat wij werk maken voor jong en oud, zijn onze personages vaak volwassenen met kinderlijke emoties. Met dat tweeledige publiek kun je je op dat gebied meer permitteren. Voor een volwassen publiek alleen zou het al snel melig worden als de personages zo grotesk hun emoties laten loslopen. Maar als jong en oud samen naar hetzelfde stuk kijken, kan het net inspirerend zijn. Het opkroppen, het niet communiceren van iets wordt dan een glijmiddel voor kinderen om te begrijpen wat emoties zijn.

 

Meestal zijn het trouwens de ouders in het publiek die hun emoties de vrije loop laten. Kinderen zijn dan verbaasd over wat er gebeurt: zo triest is het toch niet? Als je als kind een ouder moet gaan troosten, word je als ouder gedwongen om te praten over iets wat je anders zou verzwijgen. Het gebeurt daarom dikwijls dat ouders ons berichten sturen of de acteurs aanspreken om ons te bedanken: voordien hadden ze nooit over hun problemen durven praten, na de voorstelling waren die plots bespreekbaar.

 

Net daarom willen we heel graag voor jong en oud blijven werken. We verdoezelen de harde realiteit niet, onze conflicten zijn levensecht, maar aan het eind van een stuk wil ik wel hoop meegeven. Niet dat er een happy end moet zijn – in pakweg ‘Inuk’ blijft het meisje aan het eind alleen achter. Maar er is wel de hoop dat het de beide kanten kan opgaan. Ik merk dat kinderen daaraan nood hebben. Zeker wie de conflictsituaties uit onze voorstellingen zelf meemaakt, wil je niet naar huis sturen met een steen in de maag. Wel met de mogelijkheid om dingen bespreekbaar te maken.

 

Op dat gebied willen we de lat niet lager leggen. Daarom vertrekken we ook heel vaak vanuit de ervaringen uit ons eigen leven, de dingen die op ons pad komen. Anders dan bij repertoire kan een maakproces dan ook voor ons helend zijn. ‘Chasse Patate’ greep ook terug naar een andere gebeurtenis uit mijn leven: in dat jaar was een leerling van mij overleden. Zijn ouders zijn komen kijken en herkenden zich in de lange strijd om los te laten. Maar ook mensen die net een scheiding hadden meegemaakt, zeiden: vanaf nu kijken we niet meer naar het verleden, maar enkel nog naar de toekomst. Dat moet de samenvatting zijn van ‘Chasse Patate’.