“Na ‘In Memoriam’ hOUden we een koffietafel om stoom af te laten”

 

“Ik dacht dat ik wist wat verdriet was. Ik wist van niks, tot ik mijn eigen kind begroef. Ik dacht dat je over verdriet het beste kon zwijgen. Ik zweeg om mijn vrouw geen pijn te doen. Mijn vrouw zweeg om mij geen pijn te doen. Waar je niet over spreekt, dat bestaat niet. Waar je niet aan denkt, dat bestaat niet. Ik heb niemand iets te zeggen. Dat dacht ik. Alle woorden zijn een smakeloos stuk kauwgom, kapot gekauwd door vele monden voor mij. Ik zwijg. In elke stilte hoor ik mijn zoon.” 

 

Dit stukje tekst komt uit ‘In Memoriam’, een theaterstuk dat ik in 2005 maakte en dat nog altijd gespeeld wordt. Het is geïnspireerd door de engelendood, zoals het overlijden van jonge kinderen genoemd wordt. Het is ook het duidelijkste voorbeeld van een catharsis in mijn werk. Ik heb ze er niet bewust ingeschreven, maar die sluipt vanzelf binnen, omdat ik zoals elke schrijver schrijf om mensen te raken.

 

‘In Memoriam’ bestaat uit vier monologen, die telkens een andere perceptie belichten over rouwen, omgaan met verdriet, afscheid en de dood. Het stukje hierboven komt uit de meest helende: die van de vader, een grafdelver die zijn eigen kind moest begraven. Eerst wil hij niet over zijn verdriet praten, omdat het niet past in een succesmaatschappij, waarin langdurige rouw niet populair maakt. Het onverwerkte verdriet heeft de vader geïsoleerd van zijn vrouw en vrienden. Uiteindelijk zegt hij: “Verdriet, dat moet je vleugels geven. Dat moet kunnen vliegen, zweven. Soms landen. Verdriet moet lucht hebben. Tranen moeten verdampen. Soms moet een mens regenen, anders is het altijd bewolkt in je kop.”

 

Wat bijdraagt aan de helende werking, is de setting van ‘In Memoriam’ speelt altijd op een  begraafplaats, waar het publiek meewandelt met de spelers, met olielampjes in de hand om hen te verlichten. Zo krijgt de voorstelling de vorm van een ritueel. Aan het eind houden we bovendien een koffietafel. Bij locatietheater is er niet altijd een foyer waar je iets kunt drinken en zeker bij dit stuk zou ik het vreselijk als het publiek geen mogelijkheid wordt geboden om achteraf met elkaar te praten. Voor bepaalde toeschouwers is de ervaring heel intens, dus die koffietafel geeft hen de kans om stoom af te laten. Ook dat werkt helend. Mensen kunnen er met elkaar praten en wisselden met ons verhalen uit over het kind dat ze verloren hadden en de lange tijd dat ze daarover niet durfden te praten.

 

Ik heb die catharsis niet bewust in het stuk geschreven, maar de optelsom van al die aspecten maakt dat mensen de gelegenheid krijgen om hun eigen verhaal te doen, om iets open te breken wat voordien taboe is. Het verliezen van een kind is iets wat ingrijpt op alle facetten van een leven. Zo’n intens, levensverscheurend verdriet wordt pas draaglijk als mensen kunnen rouwen. Sommige toeschouwers toonden ons zelfs foto’s van hun zoontje of dochtertje. Doorgaans zeg je bij zo’n kinderfoto hoe prachtig die kleine wel niet is, maar niemand weet hoe je moet reageren op een beeld van een gestorven kind.

 

‘In Memoriam’ is voor mij een helder voorbeeld van catharsis omdat het over rouw gaat. Maar ik vind andere emoties net zo louterend. Ook woede of ergernis kunnen een aanzet bieden tot heling. Mooi aan theater is dat het je meeneemt naar een andere werkelijkheid, waar je even iets in jezelf aanboort en je je met een verhaal identificeert. Extra bijzonder is dat de acteurs en het publiek dat moment samen beleven. Ik vond het opmerkelijk dat het theater in coronatijden even verboden werd omdat mensen er willen napraten.

Een goede voorstelling biedt stof tot gesprek. Dat is zeker in tijden van corona of andere crises van enorm belang.