- Heb je tips voor beginnende souffleurs?

“Bij ons, voor de revue, moet je vertrouwd geraken met het dialect, maar je moet vooral aandachtig zijn. Je moet de tekst volgen om op stiltes te anticiperen. En proberen niet te luid te spreken, anders hoort de hele zaal het. Je mag tijdens de opvoering ook niet te vaak kijken naar de scène. Bij repetities heb ik niet zoveel tijd om te lachen, maar tijdens de opvoering zitten de acteurs ingepakt in kostuums en schmink en moet ik mezelf soms inhouden. Anders zou ik mijn aandacht verliezen, en dan kan het snel misgaan.”

 

- Heb je ook nog andere taken in het gezelschap?

“Ja hoor, ik zit in het bestuur en ben ook penningmeester en secretaris geweest. Helemaal in het begin typte ik ook de scripts uit. Onze revue is volledig in het dialect, dat is geen ‘schoon Nederlands’. De regisseur en auteur van de revue schreef die op in het klad en ik typte het script uit, om vertrouwd te geraken met het dialect en ook om het te kunnen lezen. Dat is niet gemakkelijk, ook niet voor onze acteurs. Met die ervaring werd souffleren al een pak gemakkelijker voor mij.”

 

- Heb je weleens stress voor een voorstelling?

“Niet echt, nee. Voor de première wel, dan denk ik: ‘Zal het goed gaan?’ Maar verder is het net mijn taak om in te springen wanneer er iets misloopt. Het komt weleens voor dat een speler tijdens de opvoering een blad verder springt in de brochure. Dan word ik nerveus. Dan moet ik proberen in te pikken, en kijken hoe ik het deel dat vergeten werd, weer moet inhalen.”

 

- Wat is je meest memorabele ervaring als souffleur?

“Twee ervaren acteurs hadden een scène waarbij ze water in het rond moesten spuiten. Natuurlijk belandde een heleboel van dat water op mij. Alles was nat, inclusief de brochure waarmee ik de voorstelling volgde. Het publiek had op dat moment ook door wat er gebeurde, en wist dat ik daar nat in die bak zat. Ze konden er duidelijk om lachen.”