- Hoe zou jij het souffleren omschrijven?

“Ik zie het niet echt als een taak, eerder als een hulp voor een vriendengroep waarin ik iedereen ken. Of je nu voor de techniek of voor de schmink instaat: we zijn allemaal gelijk en helpen elkaar als dat nodig is. We hebben een heel goede band met elkaar. Zo zit ik ook met de spelers samen tijdens het wachten voor de voorstelling. We praten met elkaar, zij overlopen elkaars tekst nog eens of vragen aan mij om bij bepaalde delen nog eens extra op te letten. Wij hebben toneelmeesters die helpen achter de coulissen, de rekwisieten klaarleggen en het decor en de kostuums checken. Maar ook zelf kijk ik graag nog eens of alles op zijn plaats ligt. Ik ben een manusje-van-alles. Ik loop heen en weer, verwittig mensen als ze op moeten en zo doe ik wat vanalles. Maar helpen, daar komt het op neer.”

 

- Hoe verloopt voor jou het repetitieproces?

“Ik ben erbij van in het begin, vanaf de eerste lezing. Elke repetitie. En ik volg in de brochure, zodat ik van bij aanvang weet wat en hoe. Doordat ik iedereen al goed ken, of leer kennen, weet ik voor een speelreeks ook waar bij iedere persoon de mankementjes zitten. Bijgevolg kan ik beter inschatten wanneer iemand twijfelt over zijn tekst en wanneer ik iemand moet toefluisteren.”

 

- Wat blijft jou bij van je carrière als souffleur?

“Toen een acteur drie weken voor de première uitviel, moest onze regisseur overnemen. En die voorstelling had een gigantisch lange tekst. Toen heb ik afgezien. De regisseur kende zijn tekst maar halvelings en sprong van de ene bladzijde naar de andere. Tien bladzijden verder, dan weer vijf terug. En ik altijd maar zoeken en zoeken. En toen het gedaan was, kwam ik uit mijn kot, en zei iedereen: ‘Je ziet zo rood als een tomaat.’ Op die dag heb ik zenuwen gehad.”

 

- Wat vind je het moeilijkste aan souffleren?

“Voor mij is dat niet moeilijk. Je rolt er zo in en leert al doende door het volledige proces mee te maken. En ik doe het ook heel graag. Het geeft me voldoening als je na al die repetitiemaanden met de groep op de scène kunt staan. Maar op dat punt moet je ook loslaten. Ik zal niet snel zeggen wat acteurs moeten zeggen, want dan raken ze in paniek. Daar ligt misschien de moeilijkheid: de kunst van het souffleren bestaat erin om niet altijd in te grijpen en de acteurs hun ding te laten doen.”