Theater van A tot Z (Antwerpen) tg Restant (Buggenhout)

Hoe ben je met scenografie begonnen?

“Van oorsprong ben ik eigenlijk acteur en regisseur. Maar als regisseur voelde ik dat ik nood had aan meer scenografische achtergrond. Om budgettaire redenen is het vaak zo dat regisseurs ook met het decor en de kostuums moeten bezig zijn. Daarom heb ik, lang geleden intussen, een opleiding Scenografie gevolgd. Sindsdien ontwerp ik meestal zelf de decors voor de stukken die ik regisseer.’

 

Op welke manier beïnvloeden scenografie en regie elkaar?

“Als ik als regisseur een voorstelling maak, heb ik graag dat er gelaagdheid is. Als ik mezelf in de functie van scenograaf zet, kan ik daar mijn steentje aan bijdragen en met het decor een laag toevoegen. Die kan zowel esthetisch zijn, met de vorm als kunstwerk op zich, of kan nieuwe spelmogelijkheden bieden voor de acteurs. Ik ben nu bijvoorbeeld bezig met een jeugdproductie over burn-out. Op de scène staat een gigantisch Jenga-spel. Tijdens het spelen bouwen de acteurs een toren, die altijd anders is en elk moment kan omvallen. Dat creëert een extra spanning die goed past bij het onderwerp én zorgt voor een speluitdaging bij de acteurs.”

 

Op welke scenografische verwezenlijking ben je erg trots?

“Met Theater van A tot Z maakte ik ooit ‘Tiresias’, over een blinde ziener uit de Griekse oudheid. Ik wilde dat de voorstelling voor zienden én voor blinden toegankelijk zou zijn. Voor het stuk begon, mochten blinde toeschouwers een touch tour doen langs het decor en de kostuums. Alles moest zo uitgewerkt zijn dat het interessant en prikkelend was om aan te voelen. Op de scène stond een Griekse ruïne, die helemaal gemaakt was uit brailleboeken.”

 

Waar zit het verschil tussen scenografie voor een amateur- en voor een professioneel gezelschap?

“Professionele producties vertrekken meestal op tournee. Voor de scenograaf brengt dat heel wat beperkingen met zich mee: het decor moet demonteerbaar zijn, in verschillende zalen en in een klein busje passen. In het amateurcircuit kan je je meer permitteren. Je werkt in een vaste zaal, kan die helemaal gebruiken en het decor kan gewoon blijven staan. In de voorstelling die ik regisseer bij tg Restant werken we bijvoorbeeld met een grote vleugelpiano op de scène. Zoiets zou ik bij een professioneel gezelschap veel minder makkelijk kunnen realiseren.”