“Het theater hielp mij om het verlies van mijn vader te plaatsen.”

 

Ik kende theater natuurlijk al, hé. Ik ben ermee opgegroeid. Mijn beide nonkels speelden theater en mijn vader was een paar jaar klanktechnicus. Al van toen ik een jaar of zes was, ging ik theater kijken. Ik weet nog dat ik kwam kijken naar de laatste voorstelling van één van de stukken waarin mijn nonkels meespeelden en dat ik hielp met de opkuis van de zaal. Ik vond dat fantastisch.

 

Nadien kwam ik in het jeugdtheater terecht. Maar rond de tijd van de eerste repetities gebeurde het: mijn vader pleegde zelfmoord. Ik heb zijn dood nooit kunnen plaatsen. Ik lag overhoop met mezelf en ook de connectie met het theater verloor ik, want we zijn toen snel verhuisd. Door alle mentale terreur belandde ik uiteindelijk in de psychiatrie, waar ik opnieuw in contact kwam met het theater.

 

In de instelling kon je een paar uurtjes per week naar keuze invullen. Ik koos voor een improvisatieworkshop, waar ik het gevoel opbouwde dat theater mij écht aansprak. Hetzelfde geldt voor muziek, een liefde die ik meekreeg van mijn vader, die dj was en met wie ik vaak meeging. Om mijn tweede vrij uurtje in te vullen, koos ik dan ook een muziekworkshop.

 

Na mijn tijd in de psychiatrie was ik opnieuw de voeling met theater kwijt en was ik alweer vooral bezig met mezelf. Pas toen ik een jaar of zeventien was, ging ik echt op zoek naar wat ik wilde in het leven. Eerst was ik ervan overtuigd dat ik psychiatrisch verpleegkundige wilde worden, maar algauw bleek dat een verkeerde inschatting en stopte ik met die richting.

 

Op dat moment werd ik lid van het gezelschap waarbij mijn nonkel speelde en waar mijn vader destijds voor de klank instond. Daar kwam ik tot de conclusie dat ik voort wilde gaan in het theater. Ik kwam terecht in het deeltijds onderwijs en volgde een jaar stage in de Stadsschouwburg van Kortrijk. Tegelijkertijd werd ik - na wat half mislukte uitstapjes als acteur - hoofdtechnieker van het gezelschap en voelde ik mij ook als mens groeien. Geleidelijk aan kroop ik uit het dal waarin ik zat. Na mijn zevende jaar zei mijn toenmalige stiefvader dat ik mijn kans moest wagen in een bachelor. Het jaar daarop startte ik de opleiding podiumtechnieken aan het RITCS.

 

Ik ben mezelf daar een paar keer tegengekomen. Die opleiding was een hele uitdaging. Mijn laatste jaar moest ik opnieuw doen omdat ik nog altijd  worstelde met het verlies van mijn vader. Ik ging  zelfs terug naar de psycholoog. Pas na mijn eindwerk begon het echt goed te gaan en merkte ik dat ik als een sterkere mens uit de opleiding was gekomen. Nadien heb ik geen dipje meer gehad, behalve dan in de coronacrisis, die mijn toekomstperspectieven in het water deed vallen.

 

Uiteindelijk heeft theater mij geholpen om het verlies van mijn vader een plaats te geven. Ik voelde er de waardering die ik altijd gemist had. Mijn theatervrienden zie ik dan ook echt als familie.

 

Opgetekend door Kurt Velghe

 

*Lieven Peeters is een pseudoniem