“Eén theaterproductie creëert een band die je anders jaren opbouwt”

 

Waarom theater zo belangrijk is voor mij? Ik kan me niets anders voorstellen dat me zo leeg en rustig maakt als toneelspelen, want een acteur moet met maar één ding bezig zijn: een personage zo eerlijk mogelijk neerzetten voor zijn publiek. Maar er is meer: voor mij heeft het theater letterlijk een familie gecreëerd.

 

Mijn loopbaan begon bij het jongerenluik van een Kempense liefhebbersvereniging. In mijn tweede of derde stuk zou ik de hoofdrol spelen, toen was ik vijftien. Maar tijdens de repetitie liep het mis: plots kreeg ik zomaar een woede-uitbarsting. De regisseur nam me apart en vroeg wat er scheelde. Ik liet het achterste van mijn tong niet zien, maar gaf wel aan dat ik de productie op dat moment moeilijk zou kunnen dragen. Maar hij hield vol: “Het is niet jouw stijl om op te geven, het theater loopt door je aders.”

 

Toen vertelde ik hem wat me dwarszat: ik wist geen blijf met mezelf en had moeite met op het rechte pad te blijven. Daarop besloot mijn regisseur me mee te nemen naar Leuven, een veilige haven op dat moment. Omdat ik nergens nog rust vond, met moeite op de planken zelfs, koos hij zich kandidaat te stellen als pleegvader. Hij zag dat ik daar wél rust en een reset-knop kon vinden.

 

Van de ene op de andere dag werd mijn regisseur dus mijn voogd en ging ik bij hem inwonen. Een klein huisje was het, in de keuken kon je niet eens met twee staan. Een jaar lang heeft mijn pleegvader bij zijn vriendin geslapen, zodat ik zijn bed kon gebruiken. ’s Ochtends stond hij net als ik om zes uur op om ontbijt te maken en mij naar het station te rijden. Van hem heb ik levenswijsheid en onvoorwaardelijke liefde gekregen. Je moet weten dat hij zo’n ingrijpende beslissing maakte toen hij me pas voor de eerste - en voorlopig enige - keer regisseerde.

 

Toen ik in het verre Leuven ging wonen, werd mijn leven in één klap een organisatorische puinhoop.  Ik woonde in een stad, dertig kilometer van mijn toneelvereniging. Ik zat in het vijfde middelbaar, maar ben een half jaar niet naar school geweest. Wel ging ik wat later in Leuven meespelen bij Politika, de toneelkring van de Sociale en Politieke Wetenschappen. Ik was in die periode niet eens student, want ik werkte nog om mijn studies te kunnen betalen. Toch speelde ik toen de rol van mijn leven. In ‘Celibaat’ van Tom Lanoye vertolkte ik André, een ziek manneke, waarin een acteur ongelofelijk veel lagen kan leggen. Het hele stuk lang speelde ik met een smerig lachje en pulkte ik onophoudelijk aan het hoekske van mijn hemd: het was vettig over de schreef gaan. Maar het was vooral opnieuw een bewijs van hoe het theater mij bleef roepen, zelfs naar een studentenvereniging waarvan ik geen lid kon worden.

 

Toneel kan in één productie een vriendschapsband creëren waar je anders jaren over doet. Omdat je elkaars leed ziet, samen diep gaat, maar elkaar ook zo intens helpt. Mijn regisseur gaf me liefde voor toneel, een plaats op het podium, in zijn hart én gezin. Toen ik mentaal en emotioneel instabiel was, stond iedereen binnen het gezelschap voor mij klaar. Maar niet alleen voor mij: toen een collega-acteur eens op de scène flauwviel, hebben we hem tijdens het stuk van de scène gebracht, om hem een minuut nadien – helemaal opgelapt – het toneel weer op te sturen. Zoiets móét een theaterband heten. Ook nu nog denk ik elke week: zelfs al ben ik stikkapot, ik zou dertig kilometer fietsen voor een repetitie.

 

Opgetekend door Gilles Michiels