Rona Kennedy is naast performer ook regisseuse en leerkracht. De laatste jaren gaf ze voornamelijk les en stampte ze sociaal-artistieke projecten uit de grond. Ze maakte theater met non-actors (niet acteurs) vanuit thema’s zoals macht en onmacht, kwetsbaarheid en het klein menselijke falen. Hoe schoon en krachtig kan theater werkelijk zijn? We vragen het aan Rona.

 

Hoe ben je het sociaal-artistieke werk ingerold?
Tijdens mijn opleiding theater vroeg ik me vaak af wat het nut was van mijn studie. De wereld is om zeep en dààr wil ik iets aan doen! 

Daarom ben ik na mijn studie niet meteen het theater in gegaan. In de plaats daarvan begon ik als vrijwilliger te werken met daklozen. 
Daar kwam ik iemand tegen die een theatergezelschap had opgericht om stukken te maken met kansarme jongeren. Ze werkten rond thema’s als drugs, jeugdzorg, … 
We hebben een theatertour gemaakt langs scholen, gevangenissen, daklozencentra, … Dit was voor mij een echte eye-opener! Toen pas besefte ik hoe goed je het artistieke aan het sociale kan koppelen.

 

De wereld is om zeep en dààr wil ik iets aan doen!

 

Ik had de smaak te pakken en zette een peer education program op poten. Ik leidde dakloze jongeren op zodat zij aan hun leeftijdsgenoten workshops konden geven rond theater maken. In dit project zaten de groep en hun begeleiders dus in dezelfde leeftijdscategorie, en dat werkte heel goed.
Die gasten zien groeien en kijken hoe ze op een creatieve manier een groep konden begeleiden, gaf me echt voldoening.

 

 

Wat heb je nog zoal gedaan op het vlak van podiumkunsten?
Ik gaf wekelijks workshops in een ontmoetingscentrum voor straatprostituees. De verpleegsters, creatieve therapeuten en prostituees werkten er samen. Alles wat ik had geleerd in mijn theateropleiding, werkte daar niet! Gedurende de 3 jaar dat ik die workshops gaf, heb ik heel veel moeten experimenteren. 

 

Daarnaast deed ik ook mee aan verschillende creatieve, politieke acties. We vormden de start van de andersglobaliseringsbeweging (o.a. rond milieuproblematiek) en gebruikten straattheater als onderdeel van geweldloos politieke acties. 

 

Ook heb ik zelf gespeeld in een cabaretduo. We begonnen voor de leute zotte sketches te brengen in ons eigen opgerichte QueerKafee.  (Queer staat voor zoveel mogelijk jezelf te zijn, zonder gebonden te zijn aan je geslacht of je seksuele voorkeur) Dit vond telkens plaats in een kraakpand in Gent. Om de drie maanden hielden we daar een cabaret- en feestavond. Ik coachte andere mensen die er ook een act wouden brengen. Na een tijd groeide het echt uit tot een fenomeen waarbij er veel te veel man opdaagden in dat kleine pandje.

 

Alles wat ik geleerd had in mijn theateropleiding, werkte daar niet! Ik heb veel moeten experimenteren.

 

In 2006 heb ik ook meegewerkt aan the ACE-bank. We speelden een maand lang een nepbank in het centrum van Brussel. We maakten een hoax (=een opgezet spel) waar we een maand lang pretendeerden een nieuwe bank te zijn. 
We hadden een kantoor met designmeubels en de acteurs waren ook heel netjes gekleed. Als er klanten over de vloer kwamen, begonnen we eerst brave, algemene vragen aan hen te stellen. Steeds gingen we verder en verder en werden we bruter in onze vraagstelling. We bouwden dat op tot we uiteindelijk meedeelden waar onze bank werkelijk in gespecialiseerd was, namelijk het investeren in gruwelijke zaken zoals oorlog, kinderarbeid, wapenindustrie… Het ging er dus grof aan toe. Sommigen geloofden ons niet, maar sommigen wel. Zij verlieten het kantoor op staande voet zonder iets te zeggen, of net door te beginnen te tieren en te roepen. Maar dat is goed, dat is net wat we wouden: hen choqueren en aanzetten tot denken.

 

 

Vind je het soms zwaar om mee te werken aan sociaal-artistieke projecten door de harde problematiek die er mee gepaard gaat?
Nee, want ik werk bij die projecten niet als een sociaal werkster. Ja het kan zwaar zijn, en het proces is zeer belangrijk, je moet een geode omkadering hebben van mensen die goede sociale vaardigheden hebben. Ik begeleid mensen op artistiek vlak en zie hen groeien. Je komt in contact met schrijnende verhalen en dat schudt je wel doorheen, maar het is ook ontzettend leerrijk.

 

Dankzij theater ga je voorbij aan het rationele en word je op een emotioneel niveau geraakt.

 

Wat is volgens jou de kracht van theater?
Door te beleven, te ervaren en te voelen raak je andere snaren bij mensen. Je gaat voorbij aan het rationele en raakt hen op een emotioneel niveau. Je brengt een soort van emotioneel vibratie teweeg waardoor je een connectie krijgt, ook al gaat het over heel andere ervaringen of verhalen.

 

Dat is het soort van theater dat mij interesseert; waar er een connectie is tussen het publiek en de spelers. Waarbij er geen vierde want is. Rechtstreeks contact met het publiek, daar hou ik van. Ik kan ook echt genieten van teksttheater, maar toch zal ik het zelf nooit maken.

 

 

Je hebt al veel met jongeren gewerkt. Wat vind je daar zo leuk aan?
Ik ben fan van hun onbevangenheid, dat flapuit en rechtuit zijn. 
De zoektocht van het kind zijn naar volwassenen worden en die kwetsbaarheid die daarbij gepaard gaat …
Die combinatie van felheid, lef en kwetsbaarheid … Daar kunnen mooie dingen uit voortkomen.

 

 

Wil je Rona aan het werk zien? 
Ga dan op 21 of 22 oktober 2017 in Rataplan naar ‘Migrating Dialogues’ in het kader van Mestizo Arts Festival. Dat stuk komt voort uit de schroom vanuit de keuzes van haar ouders, de geprivilegieerde opvoeding die ze van hen heeft gekregen. Want wie is zij, als blanke middenklasse vrouw die onder de apartheid in Zuid-Afrika woonde, om haar verhaal te vertellen? 

 

In de najaar van 2018 maakt ze een nieuwe stuk met een groep jonge Europeanen: ’THE ART OF ORGANISING HOPE’ i.s.m. Victoria Deluxe, NTGent, Theater Malpertuis en de Vooruit.  Meer informatie over het project: klik hier.

 

Geschreven door Tiene Carlier, 2017.