Dear Mister D

Lizzy wie?

Lizzy is een 20- jarige brok enthousiasme en emotie. Ze leeft zowat overal en nergens. Schrijft graag schrijfsels, speelt graag speelsels. Fan van wederzijdse appreciatie, niet zo’n fan van sleuren in het leven. Laat zich graag overspoelen met wat de dag te brengen heeft. Vaak te vinden op of naast een theatervloer, of in de buurt van een gevulde koelkast. Geboren en getogen in Mol City.

 

Wat was de titel? Hoe oud was je?

Het stuk dat we maakten kreeg de naam “Dear Mister D”. Mister D is een verwijzing naar Walt Disney. Ikzelf was 18 tijdens het creatieproces.

 

Waarover ging het? Korte inhoud

Dear Mister D gaat over de drang om een perfect leven te bereiken. Een leven zoals in een Disneyfilm. En over hoe dat eigenlijk complete onzin is. Er is geen prins op het witte paard. Tijdens onze voorstelling was die er wel. Wij, de spelers, hadden gedurende een uur lang het zogenaamde perfecte leven. Of dat dachten we tenminste.

 

Over welke scene ben je het meest tevreden?

Mijn favoriete scène was “Smile”. Vanaf die scène werd de illusie van ons zogenaamd perfecte leventje eigenlijk gebroken. ’t Is te zeggen, al bij één van ons. En terwijl zij haar crisis doormaakte, stonden wij als een soort robot achter haar. We zeiden niets meer dan “smile, keep on smiling”, steeds luider en luider, terwijl we met een krampachtige (misschien zelfs ziekelijke) lach op ons gezicht voor ons uit staarden. Het contrast dat er op dat moment, zonder iets te zeggen, gecreëerd werd vond ik heel mooi. Hoewel de situatie dat eigenlijk totaal niet was.

 

Hoe heeft deze tekst je verder beïnvloed/ geïnspireerd?

Tijdens het creatieproces van Dear Mister D heb ik voor het eerst zelf theater gemaakt en geschreven. Ik heb toen ontdekt dat ik dat echt wel leuk vind. Als je een bestaande voorstelling speelt, probeer je jezelf  tijdens de repetities in die voorstelling te laten passen. Als je zelf een voorstelling schrijft kan je zorgen dat die voorstelling bij jou past. Je kan ze vanaf het begin volledig op jezelf projecteren. Je bepaalt zelf je comfortzone en baseert je teksten en bewegingsspel daarop. Of je bepaalt zelf wanneer en hoe je juist uit die comfortzone zou willen treden. Ik heb ook geleerd dat het niet erg is wanneer je niet meteen een goed, afgewerkt product hebt. En dat dat ook zo goed als nooit het geval is. Uit heel veel zwakkere losse flodders kan echt nog wel iets goeds komen. En je hoeft echt niet alle sterke elementen in één voorstelling te steken. “Kill your darlings”, maar gooi ze niet weg. Steek ze in de vriezer. Dan blijven ze beter bewaard.

 

Wat zou je aan je eerste werk willen veranderen of net willen behouden?

Mochten we ooit een herneming doen van het stuk, dan zouden we allicht wel wat dingen aanpassen. Maar op zich zou ik er niets aan willen veranderen. Ik ben tevreden met hoe onze voorstelling geworden is en met hoe we ze hebben opgevoerd. Dear Mister D is voor ons een afgerond project, en we gaan gewoon verder met de volgende projecten. De eventuele ontevredenheden nemen we gewoon mee in het proces van de volgende voorstellingen.

               

Hoe schatte je je literaire werk in tijdens het schrijfproces? Hoe denk je er nu over?

Tijdens het schrijfproces was ik enorm trots op wat we hadden gemaakt. Het was voor ons allemaal de eerste keer dat we zelf een voorstelling maakten, en dat proces is toen redelijk zwaar geweest. Een groot deel van onze scènes zijn oorspronkelijk ontstaan vanuit een improvisatie. Een aantal scènes zijn zelfs letterlijk overgenomen van die improvisaties. Onze regisseur zet de repetities vaak op film, zodat we ze achteraf kunnen herbekijken. Zo kan je zelf de scènes ook vanuit een ander perspectief bekijken, en zie je beter wat er werkt en wat niet. Maar zo konden we dus ook enkele improvisaties gewoon rechtstreeks overnemen in het uiteindelijke script, omdat er niet meer aan gesleuteld moest worden. De monologen die in het stuk zaten zijn ook door een aantal van ons geschreven. Tijdens de repetities hielden we vaak “literaire brainstormsessies”, en daarmee konden we dan thuis verder. Ik werk nu vaak nog steeds zo. Één afgewerkte tekst is vaak voorafgegaan door enorm veel losse flodders en vage schetsen.

 

Wat wil je graag nog over je tekst kwijt?

“Als uw ouders narcisten zijn is er geen vliegende jongen die u meeneemt naar “Nooit gedacht land” en u verteld  dat ge nooit volwassen moet worden. Of als ge ne vis zijt en daardoor niet kunt trouwen met een mens, is er echt niemand die u benen gaat geven.” Maar hoop doet leven he jongens!