Ja ja maar nee nee van Rudi Bekaert

Imke Vannuffelen

Imke wie? Imke coördineerde tussen 2016 en 2018 JongDOEK, de jongerenwerking van OPENDOEK. Deze Kempische deerne heeft een hart voor jongeren en cultuur en maakt er haar persoonlijke missie van om cultuurdrempels (o.a. voor jongeren) zoveel mogelijk te verlagen. In haar vrije tijd vind je haar veel met haar vingers in de moestuin of een vers deeg in de keuken òf in de zachte stoeltjes van een theaterzaal. In het najaar van 2017 stond ze zelf voor het allereerst op de planken, waarover je hieronder meer kan lezen.

 

In welk stuk speelde jij voor het eerst?

Het stuk waarmee ik mijn debuut maakte is 'Ja ja maar nee nee', geschreven door Rudi Bekaert in een regie van Dominic Depreeuw. Samen met 9 medespelers van Theatergroep Hoogspanning uit Beerse speelden we het stuk maar liefst 15 keer voor ons uitverkochte zaaltje in november en december 2017.

 

Waarover ging het stuk?

Het stuk speelt zich (voor ons) af in de hal van een appartementsgebouw. Die hal vormt een kleine gemeenschap op zichzelf. De bewoners treffen elkaar daar vaak en er worden heel wat meningen over elkaar en de wereld gedeeld en tegelijkertijd wordt er helemaal niet naar elkaar geluisterd en roddelt en tatert men naast elkaar. Iedereen houdt mekaar in de gaten en wie een beetje anders is, wordt met argusogen in de gaten gehouden. Wat te denken van de getuigen van Mormova die de waarheid uit het Schrift komen delen met de mensheid vooraleer het te laat is? Of van die nieuwe van op 't zevende, Melina Bergmans, naar 't schijnt is ze punk en staat haar muziek veel te luid. Of Jean-Luc en Freddy, die vunzigheden met elkaar uitsteken in de trappenhal... Het publiek ziet een parodie op de werkelijkheid en wordt uitgedaagd na te denken.

 

Welke rol speelde jij?

Ik kroop in twee rolletjes: Als eerste verschijnt de gesluierde Fatima op scène die komt informeren of dat appartement op 't zevende nog te huur is. Madam Vandeput heeft er geen goei oog in en liegt dat het al verhuurd is. Daarna verschijnt plots Melina Bergmans ten tonele. Zij is die punkster met haar luide muziek waar al veel over gesproken is. Ze is een artieste en wil van iedereen in het gebouw een fotoportret maken, want gezichtsuitdrukkingen boeien haar mateloos! Ze hoort er duidelijk niet bij en zweeft maar wat rond met haar gedachten in andere oorden.

 

Op welk moment in de voorstelling ben je tevreden van je prestatie? Waar lag dat aan?

De leukste scène om te spelen vind ik de allerlaatste: Het onweert buiten. In de hal verzamelen zich bewoners en buren om te schuilen voor het gure weer. Melina daarentegen ziet er wel wat in om naar buiten te gaan en gaat nog snel even een sjaal halen tegen de wind. Als ze terugkomt, merkt ze dat er zeer veel rook in de lift hangt. Dat bevangt haar wat, waardoor ze nog raarder en zweveriger wordt dan voorheen. Ze vertelt aan haar buren dat ze heeft gedroomd van de ideale planeet, vol zeepbellen en kleuren en het was er warm. Daarna komt er een black-out en blijkt het gebouw afgebrand te zijn. Inclusief alle bewoners.

 

Wat zou je aan je eerste spelprestatie willen veranderen of net willen behouden?

Toen ik na de première de foto's zag die de fotograaf had gemaakt, werd ik me plots heel erg bewust van mijn handen. Op de foto hangen die daar maar wat, terwijl me dat nooit eerder had gestoord. Daar ben ik in de loop van de voorstellingen dus wat mee gaan spelen, maar meer regie-aanwijzingen daarvoor waren fijn geweest. Verder hadden we voor deze voorstelling niet zo veel repetities en ik voelde dat ik naar het einde van de speelreeks meer naturel ging spelen.

 

Hoe voelde je je tijdens het maakproces / tijdens de voorstelling / achteraf? Is er een verschil?

Doordat het de allereerste keer is dat ik zou acteren, was ik daar tijdens de repetities heel erg onzeker over. Het is pas in de laatste week dat ik de juiste 'gekheid' voor Melina vond en het is pas in de loop van de speelreeks dat ik haar ook eigen heb kunnen maken. Na afloop van de speelreeks was het vreemd dat er zoveel tijd vrij kwam, en dat je de mensen waar je maanden zo vaak bij bent geweest plots moet opzoeken, dat contact/ontmoeting geen evidentie meer is.

 

Wat wil je nog over je eerste spelprestatie kwijt?

"Een theaterstuk maken, hoe begint ge daar nu eigenlijk aan? Awel: ge pakt een lokaaltje in een bos en ge gooit daar wat OSB-platen, vijzen, verf en behang tegen. Dan pakt ge wat jong geweld voor de energie, wat oude rotten in het vak voor de ervaring en een regisseur voor de flauwe mopjes. Ze zeggen wel 35 à 40 repetities, maar pakt maar 20, daar lukt dat ook wel mee. We hebben vaak gebeden voor dit stuk, maar het einde van de wereld is gelukkig afgewimpeld. Ge moet al die dingen uiteindelijk met een peulschil pakken he. Maar ik vind toch wel dat we allemaal hebben laten zien uit welk hout dat we besneden zijn. Jaaaa, de Delfosses hebben het kot uiteindelijk helemaal afgefikt, dat is toch ongelofelijk hè? Die ingebloeide nagel lijkt nu toch ook zo pijnlijk niet meer. Bloed, zweet en tranen heeft het ons gekost. Het was bijna on-ver-draag-lijk. Maar we staan er. Allez, als we tenminste tijd hebben voor al dat mondain gedoe hier hè. Sommigen hun pijp is uit, anderen zijn uitgepijpt en nog anderen zouden beter op een bokaal met sterk water gezet worden." Quote Glenn Aerts a.k.a. Lucie Vandeput