Hendrick IV van Pirandello

Bart Van Gyseghem

Bart wie? Bart Van Gyseghem (°1976) volgde woord en drama aan de academie in Borgerhout. In masterclasses bij Dora Van der Groen en Piet Arfeuille bekwaamde hij zich verder in regisseren en acteren. Als theatermaker werkt(e) hij voor OPENDOEK, Theater Stap, H30/CC Mechelen, Villa Basta, KAAIMAN/de Warande en verschillende amateurgezelschappen. Sinds 2016 is hij artistiek leider van KAAIMAN en probeert hij de theaterbroedplaats een frisse en gevaarlijke smoel te geven. Met zijn eigen theatercollectief ‘tist! maakt hij voorstellingen en performances die zich niet laten vatten in één vakje, die zich niet laten vangen onder één vlag, maar die wel een radicaal standpunt innemen. Hij gelooft dat theater geen grenzen kent, dat het de wereld overstijgt en dat het al je angsten en verlangens door de maalmolen van hart en buik haalt.

 

Welke theatertekst las jij voor het eerst? Wie was de auteur?

De eerste tekst die ik voor theater las, was 'Hendrick IV' van Pirandello. Daarvoor had ik al wel wat losse scènes gelezen, maar dat was de eerste hele tekst. Direct op de hielen gezeten door 'Een bruid in de morgen' van Hugo Claus. Dat was een week later.

 

Waarover ging deze tekst?

'Hendrick IV' gaat over een man die gelooft dat hij de Keizer van het Romeinse Rijk is, maar dat is niet zo. Hij is van zijn paard gevallen en gek geworden, maar zijn rijke familie laat hem in zijn geloof en stopt hem weg in een kasteel met hofhouding. Op het einde van het stuk vindt de man zijn verstand terug en merkt hij dat ze hem zijn gang laten gaan. Dat zorgt voor een interessante spanning.

 

Waarom blijft deze tekst je bij?

Vooral door de monoloog die de gekke man afsteekt tegen zijn hofhouding op het moment dat hij zijn verstand terugvindt. Die is van een uitzonderlijke kwaliteit. Het zegt veel over hoe mensen met andere mensen omgaan. De tekst doet dat op een erg universele en filosofische toon. Je kan als toeschouwer jezelf erin herkennen en steeds-weer-actuele vragen. Wie is de gek? Wat is gek? Wie maakt wie gek? Ik deed hem op de woord-dramaopleiding. En nadien nog eens op Studio HermanTeirlinck, waar plots Frank Vercruysse en Jan Decleir mee op de vloer stonden als leden van de hofhouding. Wat is gek hé?

 

Wat was de meest memorabele scène?

Die van die monoloog dus.

 

Hoe heeft het stuk je geïnspireerd?

Het stuk inspireerde me niet meteen, maar het maakte me wel duidelijk dat oude teksten en klassiekers een zeggingskracht hebben over de jaren en tijden heen. Je moet er alleen mee aan de slag. Je moet ze niet heilig behandelen, maar wel met respect naar je hand en mond en lichaam zetten. Door het succes en goede cijfer dat ik ermee scoorde op de academie heeft die tekst wel bij mij voor veel vertrouwen gezorgd.

 

Wat zou je aan deze tekst veranderen of net behouden?

Zoals ik hierboven al zei: "Met respect naar je eigen mond en hand en lichaam zetten." Niet schrappen, maar je eigenheid erin zoeken. Niet veranderen, maar interpreteren en vertaal-/speelkracht vinden.

 

Hoe voelde je je tijdens/ na het lezen van het stuk? Is er een verschil?

Ik weet dat ik het bij de eerste lezing het een heel moeilijk verhaal vond. Verwarrend. Maar na de analyse met mijn geweldige dramaleraar Gil Vrijdags kwamen die lastige lange zinnen tot leven op de vloer. Dat was een openbaring.

 

Wat wil je nog over deze tekst kwijt?

"In zijn waanzin werd hij een angstaanjagend acteur" en "Jullie willen niet dat de gekken gelukkig zijn" zijn twee citaten die me erg bezighouden. De eerste zin omdat ik geloof dat een goed acteur de waanzin kent en gebruikt om spel in te vinden. De tweede zin omdat ik als mens heel erg bezorgd ben over 'de dwazen' in deze wereld: wie als dwaas wordt bestempeld is het volgens mij vaak minder dan hij die de dwaas bestempelde. Maar die laatste bepaalt wel vaak het geluk van die zogenaamde gekken en daar krijg ik dan weer schrik van.